Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL7074.
2.13. Middel VI is gericht tegen rov. 15, waar de rechtbank de door [eiser] gevorderde vergoeding van immateriële schade ten gevolge van de eigenmachtige ontruiming afwijst. In cassatie wordt niet de slotsom bestreden dat niet is voldaan aan de voorwaarden van art. 6:106, lid 1 onder a, BW. De rechtbank acht geen grond aanwezig voor vergoeding van schade die niet in vermogensschade bestaat. Dit oordeel wordt bestreden met de stelling dat [eiser] in zijn persoon is aangetast: art. 6:106, lid 1 onder b, BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d386e5dcd16bc00b8c037bdebec5dd6ba65edadb8d234da37bdf39ae4cdcbfc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d386e5dcd16bc00b8c037bdebec5dd6ba65edadb8d234da37bdf39ae4cdcbfc6, en de alinea staat in dat document op bytes 21114 tot 21639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d386e5dcd16bc00b8c037bdebec5dd6ba65edadb8d234da37bdf39ae4cdcbfc6 | shasum -a 256