Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL7074.

2.14. In feitelijke instanties heeft [eiser] ter ondersteuning aangevoerd dat hij van de ene dag op de andere niet meer zijn woning in kon, zijn poes tegen betaling in een asiel heeft moeten onderbrengen en zelf in kommervolle omstandigheden heeft moeten verblijven in een opvangcentrum van het Leger des Heils en later in een door hem gehuurde caravan, zonder de beschikking over zijn persoonlijke eigendommen te hebben(9). Deze stellingen gaan ervan uit dat [eiser] tot de ontruiming in de gehuurde zolderkamer(s) woonde en door deze ontruiming zijn woonruimte is kwijtgeraakt. Deze klacht miskent dat de rechtbank in rov. 9 heeft vastgesteld dat [eiser] de zolderkamers die hij van [verweerders] had gehuurd niet als woonruimte in gebruik had. [Verweerders] hebben weliswaar onjuist gehandeld door eigenmachtig de zolderkamers leeg te halen, maar zij zijn niet aansprakelijk voor evt. immateriële schade die [eiser] heeft geleden door het verlies van zijn woning. Voor zover met de klacht wordt bedoeld dat [eiser] recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens het gemis van goederen waaraan hij gehecht was, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat hiervoor geen vergoeding kan worden toegekend(10). Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d386e5dcd16bc00b8c037bdebec5dd6ba65edadb8d234da37bdf39ae4cdcbfc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d386e5dcd16bc00b8c037bdebec5dd6ba65edadb8d234da37bdf39ae4cdcbfc6, en de alinea staat in dat document op bytes 21659 tot 22907.