Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8422.

1.4. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 12 december 1997, onder verwijzing naar HR 29 april 1994, NJ 1997, 396 m.nt. MS (AB 1994, 530), vooropgesteld dat de houder van een bouwvergunning die reeds activiteiten op het perceel ontplooit en kosten maakt vóórdat het besluit tot verlening van de bouwvergunning onherroepelijk is geworden - in casu ook het daaraan voorafgaande besluit tot wijziging van de bestemming -, voor eigen risico handelt. Op deze regel bestaat een uitzondering, namelijk dat de schade niet voor eigen risico behoeft te blijven indien van de zijde van de gemeente het vertrouwen is gewekt dat een ingesteld (of nog in te stellen) beroep of bezwaar niet tot vernietiging van het desbetreffende besluit zal leiden. In verband hiermee heeft de rechtbank aan eiser te bewijzen opgedragen dat de burgemeester of de wethouder op of omstreeks 25 juli 1991, na ontvangst van het telefonisch bericht van de schorsingsuitspraak, aan eiser heeft meegedeeld dat hij mocht voortgaan met de werkzaamheden. Bij vonnis van 24 december 1999 heeft de rechtbank het bewijs geleverd geacht en geoordeeld dat de gemeente aansprakelijk is. De rechtbank heeft de zaak naar de rol verwezen voor inlichtingen omtrent de schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fec62cc11e4f0fcf52d46a556a69aa5bda61d6a326f87041178702527440f336. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fec62cc11e4f0fcf52d46a556a69aa5bda61d6a326f87041178702527440f336, en de alinea staat in dat document op bytes 12037 tot 13279.