Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8427.
2.5. Voorts klaagt het onderdeel over de interpretatie in rov. 24 van de woorden "de te volgen procedure" in de brief van B en W van 19 april 1990. Met de gemeente (s.t. 32) meen ik dat het cassatiemiddel op dit punt niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv voldoet. Het middel geeft niet aan op welke plaats in feitelijke instanties eisers de thans door hen bepleite uitleg hebben gesteld; ik heb een stelling van die strekking niet teruggevonden. Op een niet aangevoerde stelling behoefde het hof uiteraard niet in te gaan. Voor zover het hof de brief van 19 april 1990 interpreteert als een "waarschuwing", in die zin dat eisers uit deze brief konden opmaken dat niet zeker was dat zij ter plaatse een glastuinbouwbedrijf ter grootte van 2 ha zouden kunnen beginnen, stuit de klacht af op de regel dat de uitleg van tot bewijs overgelegde brieven is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. De redengeving is niet onbegrijpelijk. Onderdeel 2 treft om deze redenen geen doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057, en de alinea staat in dat document op bytes 21265 tot 22271.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057 | shasum -a 256