Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8427.

2.14. In het huidige burgerlijk procesrecht is mogelijk dat een procespartij een brief of een schriftelijke verklaring van een (potentiële) getuige aan de rechter overlegt. Bewijs kan immers worden geleverd door alle middelen (art. 152 lid 1 Rv)(16). Een overgelegde schriftelijke verklaring kan door de rechter als bewijsmiddel worden gebruikt. Aan de wijze van totstandkomen van een dergelijke schriftelijke verklaring stelt de wet geen bijzondere eisen. De waarde van een dergelijke verklaring is beperkt, omdat de wederpartij niet in de gelegenheid is geweest aan de getuige vragen te stellen en omdat de verklaring niet onder ede is afgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057, en de alinea staat in dat document op bytes 32057 tot 32720.