Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8427.
2.18. Voor wat betreft de vrijheid van verklaren kan nog worden vermeld dat art. 285a Sr strafbaar stelt hem die opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding zich jegens een persoon uit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd. Ook art. 6 lid 1 EVRM (het fair trial-beginsel) en art. 382 Rv (de gronden voor herroeping, i.h.b. de grond bedrog(20)) kunnen relevant zijn. Tenslotte zij gewezen op de gronden voor vernietiging van een rechtshandeling (art. 3:44 BW): wanneer de verklaring door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057, en de alinea staat in dat document op bytes 35544 tot 36333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057 | shasum -a 256