Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8427.
2.19. Het middel stelt niet een eventuele schending van een tuchtrechtelijke norm aan de orde, maar de vraag of het hof de schriftelijke verklaring van [betrokkene 1] geheel buiten beschouwing kon laten vanwege de wijze waarop zij tot stand is gekomen. Aan het hof kan worden toegegeven dat het horen van getuigen teneinde daaraan bewijs in rechte te ontlenen bij uitstek een taak van de rechter is (art. 179 lid 1 Rv). Dit uitgangspunt lijkt mij echter niet toereikend om aan te nemen dat, wanneer een raadsman een getuige of potentiële getuige heeft gehoord en diens verklaring op schrift heeft gesteld, de rechter die verklaring buiten beschouwing dient te laten. De overweging, hierboven in alinea 2.12 samengevat onder (i), de kennelijk voor [betrokkene 1] onverwachte confrontatie met de raadsman van eisers op 8 februari 1996, verklaart naar mijn mening niet het geheel buiten beschouwing laten van de schriftelijke verklaring. Het hof heeft niet vastgesteld dat de verklaring op een onrechtmatige wijze is verkregen. Ik laat in het midden of, zo dit wel het geval zou zijn geweest, deze onrechtmatigheid tot een bewijsuitsluiting in de rechtsverhouding tussen eisers en de gemeente zou moeten leiden(21).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057, en de alinea staat in dat document op bytes 36353 tot 37580.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057 | shasum -a 256