Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8427.
2.21. In het bestreden arrest valt m.i. niet te lezen dat het hof van oordeel zou zijn dat de schriftelijke, door [betrokkene 1] ondertekende verklaring niet als bewijsmiddel mág worden gebruikt. Wat het hof in feite doet, is: het als onbruikbaar terzijde leggen van de verklaring omdat het hof deze verklaring onvoldoende betrouwbaar acht en kennelijk de voorkeur geeft aan hetgeen [betrokkene 1] als getuige ten overstaan van de rechter heeft verklaard boven die schriftelijke verklaring. Aldus verstaan, gaat het niet om een geval van bewijsuitsluiting, maar slechts om een keuze van het hof uit de beschikbare bewijsmiddelen. De selectie van het bewijs is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. De slotsom van het voorgaande is dat dit middelonderdeel niet tot cassatie leidt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057, en de alinea staat in dat document op bytes 39231 tot 40043.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/255ee908f97598546f610d25568ab8aa7253a34a5a848452d8f3187827850057 | shasum -a 256