Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8440.

"Een schuldeiser kan, voor zover hier van belang, slechts retentierecht op een zaak uitoefenen, indien hij houder van die zaak is - dat wil zeggen daarover direct of indirect de naar verkeersopvatting, wet en uiterlijke omstandigheden te beoordelen feitelijke macht uitoefent - in dier voege dat, in de terminologie van het huidige art. 3:290 BW, "afgifte" nodig is om de zaak weer in de macht van de schuldenaar of een rechthebbende te brengen. Het houderschap van de schuldeiser eindigt - zoals het huidige art. 3:294 naar analogie van art. 3:117 lid 2 meebrengt - niet zolang de zaak niet in de macht van de schuldenaar of de rechthebbende komt. Deze regels gelden ook indien het gaat om een retentierecht op een onroerende zaak met dien verstande dat hier in de regel de afgifte, waardoor de zaak weer in de macht van de schuldenaar of de rechthebbende moet worden gebracht, geschiedt door haar te ontruimen (HR 15 februari 1991, NJ 1991, 628, r.o. 3.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0eab13a4de362ba9a8da31ed92b274b6f7818ffb670fdf92758b838a8ab2698e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0eab13a4de362ba9a8da31ed92b274b6f7818ffb670fdf92758b838a8ab2698e, en de alinea staat in dat document op bytes 16281 tot 17253.