Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8442.
Op het feit dat [eiser] niet voorafgaand aan de behandelingsovereenkomst door [verweerder] erop is gewezen dat hij in geval van een prik- of snijincident zijn medewerking aan een onderzoek naar de besmetting met het HIV-virus zou moeten verlenen, kan [eiser] zich volgens het hof onder deze omstandigheden evenmin beroepen. Zoals hij zelf heeft gesteld, is de kans dat het bloed van een arts in aanraking komt met het bloed van een derde, niet zeer gering. Hieruit blijkt dat het voor [eiser] duidelijk was dat hij zich door het sluiten van de behandelingsovereenkomst in een bijzondere verhouding tot [verweerder] begaf. Naar het oordeel van het hof vloeit uit deze verhouding voort dat [eiser] in de omstandigheden van het geval, ook zonder dat hij daarover van te voren is ingelicht en zonder dat dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is vastgelegd, niet kan weigeren zijn medewerking te verlenen aan het doen van bloedonderzoek (r.o. 4.18).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14, en de alinea staat in dat document op bytes 11693 tot 12650.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14 | shasum -a 256