Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8442.

9) Het is al enige tijd vaste rechtspraak dat art. 6:162, in elk geval in een verhouding tussen burgers onderling, beperkingen kan aanbrengen op (de uitoefening van) grondrechten; zie HR 5 juni 1987, NJ 1988, 702 m.nt. EAA (Goeree I); HR 2 februari 1990, NJ 1991, 289 m.nt. EAA (Goeree II); HR 18 juni 1993, NJ 1994, 347 m.nt. EAA en CJHB (AIDS-test); en zeer recent nog: HR 2 mei 2003, RvdW 2003, 84 (Storms c.s/Niessen c.s.). Dit betekent dat 'hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt' als rechtvaardigingsgrond kan dienen voor de beperking van een grondrecht. Het hof heeft dit - in r.o. 4.8 - terecht vooropgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14, en de alinea staat in dat document op bytes 19527 tot 20193.