Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8442.

Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat als (de uitoefening van) een grondrecht in relevant verband staat met een tussen burgers gesloten overeenkomst, een beperking hierop ook reeds kan voortvloeien uit de inhoud van de overeenkomst, die mede wordt bepaald door hetgeen uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeit. 's Hofs oordeel dat (de uitoefening van) grondrechten die verband houden met de uitvoering van een overeenkomst, evenzeer kunnen worden begrensd door de contractuele redelijkheid en billijkheid is m.i. juist. Zo vloeit uit het feit dat (uitoefening van) een grondrecht beknot kan worden door de op grond van art. 6:162 in acht te nemen zorgvuldigheidsnormen, logischerwijze voort dat een dergelijke beperking ook kan worden teruggevoerd op gedragsnormen die bij (de uitvoering van) een overeenkomst op grond van de redelijkheid en billijkheid gelden. Immers, als de zorgvuldigheid die moet worden nageleefd in een verhouding tot een willekeurige derde al in de weg kan staan aan (de uitoefening van) een grondrecht, dan zal dit zeker ook het geval zijn met de ongeschreven gedragsnormen die gelden in de relatie tot een contractuele wederpartij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14, en de alinea staat in dat document op bytes 20201 tot 21378.