Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8442.
11) Een analyse van de rechtspraak maakt duidelijk dat een belangenafweging waarbij grondrechten in het geding zijn, sterk is toegespitst op de omstandigheden van het concrete geval: zie bijv. L.F.M. Verhey, Horizontale werking van grondrechten, in het bijzonder van het recht op privacy (diss. Utrecht), 1992, p. 187-188. Ondanks dit casuïstische karakter heeft Verhey in zijn proefschrift een aantal afwegingscriteria geformuleerd die de rechter meer dan eens in zijn overwegingen heeft betrokken: zie p. 180-187 en p. 317-333 met nadere verwijzingen. Het komt mij voor dat met name de toetsing aan de evenredigheid aandacht verdient.(5) Verhey wijst daar impliciet op, waar hij stelt (p. 429) dat het de vraag is of de mogelijkheden van het evenredigheidscriterium in de rechtspraak wel voldoende worden benut. Zo zou naar zijn mening in sommige gevallen gesteld kunnen worden dat de rechter een toetsing aan dit criterium ten onrechte achterwege heeft gelaten (waarbij hij verwijst naar de uitspraken van de rechtbank en het hof in de zaak van het AIDS-test-arrest).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14, en de alinea staat in dat document op bytes 23222 tot 24306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14 | shasum -a 256