Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8442.

15) Hetzelfde geldt m.i. ten aanzien van klacht 4, inhoudende dat het hof bij het afwegen van de belangen uit het oog zou hebben verloren dat het ontstaan van de contractuele relatie tussen [verweerder] en [eiser], gezien het feit dat [eiser] dringend medische hulp behoefde, uit nood is voortgekomen. Uit de hiervoor aangehaalde r.o. 4.23 volgt dat het hof deze omstandigheid niet heeft veronachtzaamd, maar dat het kennelijk van oordeel is dat dit gegeven evenmin afdoet aan de plicht van [eiser] dat hij ook na beëindiging van de overeenkomst binnen redelijke grenzen het nodige deed om de schade die de arts tijdens de behandeling heeft opgelopen te beperken. Aldus geldt ook voor klacht 4 dat zij, voor zover zij niet feitelijke grondslag mist, tevergeefs opkomt tegen een niet onjuist of onbegrijpelijk oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01c55bb4260619b8538a3668c70f6f05269a572c99735de30fd6bb044ce9bf14, en de alinea staat in dat document op bytes 31252 tot 32084.