Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8481.

Hierop werd in de MvA I geantwoord dat de wet geen ruimte biedt voor een andere dan een formele uitleg. Het geval dat een verklaring voor recht gevorderd wordt dat de wederpartij een bepaald bedrag verschuldigd is, moet worden beschouwd als een vordering met een onbepaald belang.(5) Uit deze toelichting blijkt derhalve dat de griffier bij de bepaling van het vast recht niet door de vordering heen mag kijken. Vgl. in deze zin ook A-G Loeb in zijn conclusie voor HR 17 juli 1995, NJ 1995, 749; A-G Bakels in zijn conclusie voor HR 25 september 1998, NJ 1998, 893; A-G Wesseling-Van Gent in haar conclusie voor HR 30 november 2001, NJ 2002, 36 en HR 27 september 2002, NJ 2002, 533.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f91d8da862d85848e68e5720927c5331aa484be2048bdde827d773db8da5f5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f91d8da862d85848e68e5720927c5331aa484be2048bdde827d773db8da5f5a, en de alinea staat in dat document op bytes 10965 tot 11661.