Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8481.
Ten aanzien van een eis tot onteigening en tot bepaling van het door de onteigenende partij te betalen bedrag der schadeloosstelling, is in HR 17 juli 1995, NJ 1995, 749 geoordeeld dat deze eis niet strekt tot het betalen van een bepaalde geldsom door de gedaagde of verweerder, zodat het tarief voor "alle andere gevallen" van toepassing is. Deze uitkomst strookt, aldus de Hoge Raad, met een formele uitleg van het criterium dat de eis of het verzoekschrift strekt tot betaling van een bepaalde geldsom, die blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van art. 2 Wtbz geboden is. Het feit dat met de hoogte van het te betalen bedrag der schadeloosstelling het financieel belang van de zaak komt vast te staan, doet volgens de Hoge Raad hieraan dus niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f91d8da862d85848e68e5720927c5331aa484be2048bdde827d773db8da5f5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f91d8da862d85848e68e5720927c5331aa484be2048bdde827d773db8da5f5a, en de alinea staat in dat document op bytes 12352 tot 13120.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f91d8da862d85848e68e5720927c5331aa484be2048bdde827d773db8da5f5a | shasum -a 256