Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.

30. In zijn noot onder deze uitspraak merkt Knigge terecht op dat bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre een verdachte het recht heeft om bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep en in cassatie aanwezig te zijn in de Straatsburgse rechtspraak diverse factoren een rol spelen. Daaronder vallen de aard van de tegen het vonnis in eerste aanleg aangevoerde bezwaren en de belangen die voor de verdachte op het spel staan. Wanneer die belangen groot zijn en van dien aard dat deze door verdachtes aanwezigheid kunnen worden gediend, mag van de overheid een substantiële inspanning - in de bewoordingen van het EHRM: "positive duty" - worden verwacht om de aanwezigheid van de verdachte te bewerkstelligen. Niettemin kan het zijn dat een verdachte zijn belangen bij afwezigheid in voldoende mate kan laten behartigen door een advocaat. Relevant in dit verband is, naast de hiervoor genoemde uitspraak in de Oostenrijkse zaak, een uitspraak van het EHRM in een Poolse zaak:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 43278 tot 44280.