Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.

32. In de onderhavige zaak heeft het Hof met zijn hierboven weergegeven overwegingen klaarblijkelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat de gemachtigde raadsman de belangen van verdachte voldoende kon behartigen. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is evenwel niet inzichtelijk of het Hof de door het EHRM vereiste inspanning heeft verricht om te onderzoeken of verdachte, ondanks zijn detentie in Spanje, niet toch ter zitting aanwezig kon zijn, althans of de behandeling van het hoger beroep met het oog op een dergelijk onderzoek zou moeten worden aangehouden. Dit staat op gespannen voet met het feit dat verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken van het - betrekkelijk ernstige - feit waarop het hoger beroep betrekking had. In die zin stond er voor verdachte in hoger beroep immers veel - kennelijk een veroordeling wegens afpersing, en wel tot zes maanden gevangenisstraf - op het spel. Daar komt bij dat de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2002 gemotiveerd heeft aangevoerd dat verdachte, beter dan de raadsman, in staat was het door de politie geproduceerde onderzoeksmateriaal op zijn merites te beoordelen. Gezien de vraag waar het in hoger beroep om draaide, vertoont de onderhavige zaak dan ook belangrijke overeenkomsten(19) met EHRM 26 mei 1988, NJ 1991, 798 (Ekbatani), waarin het EHRM schending van het aanwezigheidsrecht aannam. Het EHRM overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 46833 tot 48261.