Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003
Alinea 170 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.
49. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte zich in nauwe, volledige en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft schuldig gemaakt aan afpersing van [het slachtoffer]. De bewijsmiddelen, gelezen in onderling verband en samenhang, houden immers in dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte [het slachtoffer] doelbewust in een benarde situatie hebben gedreven teneinde hem vervolgens geld te kunnen afpersen. Dat verdachte ten tijde van de fysieke bedreiging met geweld even niet ter plaatse was, kan daaraan niet afdoen.(21) 's Hofs oordeel is niet onbegrijpelijk, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoeft geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 64575 tot 65302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86 | shasum -a 256