Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 181 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.

6 Ook de wetgever lijkt uit te gaan van directe werking: vgl. Kamerstukken II, 1991-1992, 21 327, nr. 6, p. 24 en Kamerstukken II, 1991-1992, 21 327, nr. 10, p. 6 en 10, alsmede Kamerstukken II, 1992-1993, 22 855, nr. 3, blz. 9, waar bij wijze van voorbeeld onder meer art. 40 lid 2 IVRK wordt genoemd als bepaling waarvan de wetgever rechtstreekse werking mogelijk acht. Zie daarover J.E. Doek, NJCM-bulletin 20-1 1995, blz. 14-15. Zie in het algemeen voor de vraag wanneer verdragsbepalingen directe werking hebben P.W.C. Akkermans e.a., Grondrechten, tweede druk, 1993, p. 13-14 en 47-48; M.C. Burkens e.a., Beginselen van de democratische rechtsstaat, vierde druk, 1997, p. 310-316 en A.K. Koekkoek (red.), De Grondwet, derde druk, 2000, p. 465-478. Hof Den Haag 24 april 1997, NJ 1997, 477 neemt rechtstreekse werking aan van art. 40 lid 1 IVRK.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 66626 tot 67489.