Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.

17. In de literatuur wordt in het kader van de vraag welke termijn in jeugdstrafzaken nog als redelijk in de zin van art. 6 EVRM kan worden aangemerkt, met het oog op de pedagogische bedoeling van het jeugdstrafrecht verdedigd dat een termijn die voor jeugdigen nog als redelijk mag gelden de helft zou moeten zijn van die welke bij volwassenen wordt aanvaard.(8) De duur van deze termijn is ingegeven door de bepaling dat de verjaringstermijn in het jeugdstrafrecht de helft bedraagt van die in het volwassenenstrafrecht (art. 77d lid 1 Sr) en het daarom ook aangewezen zou zijn voor de afdoening binnen redelijke termijn de helft te hanteren van de termijn die daarvoor in het volwassenenstrafrecht wordt gehanteerd.(9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 17233 tot 17967.