Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.

19. Voor de invulling van het begrip "zonder vertraging" is bij uitstek de inrichting van het jeugdstrafrecht van belang. Het strafrecht voor jeugdigen is van toepassing op minderjarigen, die ten tijde van het begaan van het feit twaalf tot achttien jaar oud zijn (art. 77a Sr). Het is dus in beginsel van toepassing gedurende een periode van ten hoogte zes jaar. Dit brengt mee dat een lange termijn van afdoening er reeds spoedig toe kan leiden dat de verdachte op het moment dat hij veroordeeld wordt het jeugdstrafrecht al is ontgroeid. Pleegt iemand op zijn zestiende een misdrijf en wordt hij zowel in eerste aanleg als in hoger beroep net binnen zestien maanden, dus binnen redelijke termijn zoals deze thans in de rechtspraak wordt verstaan, berecht, dan is hij ten tijde van de berechting in hoger beroep al achttien jaar oud. Zelfs als berechting in eerste aanleg en in hoger beroep in (twee keer) een jaar plaatsvinden zal hij doorgaans achttien jaar zijn en hoewel het jeugdstrafrecht nog op hem van toepassing is, meerderjarig zijn. Nu voorziet de wet in art. 77b Sr(10) wel in de mogelijkheid volwassenenstrafrecht toe te passen in geval de verdachte tijdens het plegen van het feit zestien of zeventien jaar oud was, maar dat verandert de situatie niet. Zeker is daarin geen reden gelegen om niet te streven naar een voortvarende berechting van jeugdigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 19218 tot 20602.