Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.

20. Van de termijnen die bij voorlopige hechtenis worden gehanteerd kan worden gezegd dat deze er toe leiden dat zaken waarin een verdachte voorlopig gehecht is, voortvarend worden afgedaan. Bedacht moet immers worden dat deze zaken op relatief zware strafbare feiten betrekking hebben en daarom doorgaans een grote onderzoeksinspanning vergen. Voortvarende afdoening eist art. 40 lid 2 IVRK niet. Tegen de achtergrond van de korte periode in het leven van een verdachte waarin het strafrecht voor jeugdigen van toepassing is zou ik menen dat wil een zaak waarin een jeugdige verdachte niet in voorlopige hechtenis zit "zonder vertraging" in de zin van art. 40 IVRK worden afgedaan, een zaak in beginsel, dat wil zeggen bij gebreke van bijzondere omstandigheden die een langere termijn kunnen rechtvaardigen, binnen negen maanden nadat door de Staat jegens de verdachte een handeling is verricht waaruit de verdachte redelijkerwijs kan opmaken dat hij zal worden vervolgd - in de terminologie van het EHRM: "the official notification given to an individual by the competent authority of an allegation that he has committed a criminal offence" of "other measures which carry the implication of such an allegation and which likewise substantially affect the situation of the suspect"(11) - in eerste aanleg beslist moet zijn, en dat een zelfde periode geldt voor de fasen van hoger beroep en cassatie. Hierin heb ik meegewogen dat de verdachte niet in voorlopige hechtenis zit, dat het daarom doorgaans om relatief eenvoudige zaken zal gaan en dat er in het belang van de jeugdige verdachte naar moet worden gestreefd feiten, begaan tijdens diens minderjarigheid, zoveel mogelijk tijdens diens minderjarigheid en met toepassing van het strafrecht voor minderjarigen af te doen. Dat belang beoogt genoemd art. 40, tweede lid, immers te beschermen. Deze bepaling is er tegen de achtergrond van het Nederlandse strafrecht mede op gericht te voorkomen dat alvorens verdachte wordt berecht zoveel tijd verloopt dat de rechter gezien de leeftijd die de verdachte inmiddels heeft bereikt in de persoon van de dader aanleiding vindt om op grond van het bepaalde in art. 77b Sr recht te doen overeenkomstig het strafrecht voor meerderjarigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 20622 tot 22867.