Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.
21. Tot organisatorische problemen behoeft een afdoeningstermijn van negen maanden na een korte periode van aanpassing en gewenning door de feitenrechter niet te leiden. Uiteraard noopt een termijn van negen maanden tot termijnbewaking. Afgezien van de voorrang die aan zaken van strafrechtelijk minderjarigen zal moeten worden gegeven behoeft een termijn van negen maanden evenwel geen aanpassing van betekenis in het traject van vervolging en afdoening mee te brengen. Zelfs als zaken worden geappointeerd op een termijn van drie maanden zijn er immers nog zes maanden om een zaak rond te krijgen. Ik citeer uit de Aanwijzing verbaliseringsbeleid en procesbeschrijving minderjarigen (Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO van 27 januari 1999, in werking getreden 1 mei 1999):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 22906 tot 23703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86 | shasum -a 256