Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062.

28. Ook in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is herhaaldelijk benadrukt dat het recht van een verdachte om bij de behandeling van zijn strafzaak in persoon aanwezig te zijn een fundamenteel karakter heeft.(14) In een Italiaanse zaak waarin de klager werd verdacht van een gewapende overval, moord en poging tot moord werd klager (F.C.B.) door het Hof van Beroep te Milaan in zijn afwezigheid berecht en veroordeeld. Het EHRM overwoog terzake:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa9bc6b6406c65317857d299b759f39b6d5638432a069c67932f30ae2cb03c86, en de alinea staat in dat document op bytes 37250 tot 37738.