Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM0244.

3.4. Het lijkt mij dat het hof dit onderdeel ten onrechte heeft veronachtzaamd. Het onderdeel keert zich tegen de uitleg door de kantonrechter van de woorden "tot het publiek gerichte reclame" in de tenlastelegging, waarin deze woorden kennelijk zijn gebezigd in dezelfde betekenis als die zij hebben in art. 5 Reclamebesluit geneesmiddelen (Stb. 1994, 787). De verdediging voerde in hoger beroep immers aan dat het misschien wel om publieksreclame ging, maar dan om een geoorloofde variant ervan, te weten de reclame op verzoek. Overnemen van de gronden die de kantonrechter heeft gelegd onder zijn oordeel dat dit onderdeel bewezenverklaard kon worden doet wel blijken dat het hof het met de uitleg van de kantonrechter eens is, maar legt niet uit waarom de beperking van het begrip 'publiek' die de verdediging voorstaat onaanvaardbaar zou zijn. Het hof heeft de redenering van de kantonrechter overgenomen zonder in te gaan op het in appel voor het eerst aangevoerde aspect.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c857ec9f070e9d3a0514f0e38d78409cc9a2716354a5b3f9eae46a04432d1024. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c857ec9f070e9d3a0514f0e38d78409cc9a2716354a5b3f9eae46a04432d1024, en de alinea staat in dat document op bytes 14035 tot 15026.