Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM0244.

Uit enerzijds de grote vrijheid die aan de rechter wordt gelaten bij toepassing van het zevende lid van art. 23 Sr en anderzijds uit de wens een structureel passend kader voor bestraffing van rechtspersonen te scheppen maak ik op dat de doorbreking van de bedreigde boetecategorie ingeval een rechtspersoon werd veroordeeld voor de wetgever geen uitzonderlijke situatie betekende; integendeel, die mogelijkheid was noodzakelijk ter compensatie van het ontbreken van de mogelijkheid een vrijheidsstraf op te leggen. Het past niet bij die gedachte van de wetgever om een extra motivering van de rechter te verlangen wanneer hij art. 23 lid 7 Sr activeert. Alleen wanneer de straftoemeting onbegrijpelijk zou worden zonder zo een extra motivering(12) zal men van de rechter meer mogen verlangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c857ec9f070e9d3a0514f0e38d78409cc9a2716354a5b3f9eae46a04432d1024. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c857ec9f070e9d3a0514f0e38d78409cc9a2716354a5b3f9eae46a04432d1024, en de alinea staat in dat document op bytes 30207 tot 31012.