Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2310.
4.3.4. [Verweerder] heeft betwist een onderonsje met [betrokkene 1] te hebben gehad. Wat daarvan ook zij, het verwijt van [eiser] faalt. [Verweerder] heeft uit de gestelde mededelingen van [betrokkene 1] kennelijk niet geconcludeerd, en ook niet behoeven te concluderen, dat er geen deugdelijke ondervanging was. Het geschil waarover [eiser] en Schomo B.V. een uitspraak van [verweerder] verlangden was of het pand van [eiser] constructieve (en/of water-) schade had opgelopen ten gevolge van de bouwwerkzaamheden van Schomo B.V. Daarvoor was op zichzelf niet relevant of de ondervanging conform het advies van [betrokkene 1] (en/of de bouwvergunning) was uitgevoerd. [Verweerder] heeft op grond van zijn deskundigheid en waarnemingen ter plaatse geconcludeerd dat de muur in voldoende mate was ondervangen. Derhalve is niet van belang dat vast komt te staan of [betrokkene 1] de gestelde mededelingen al dan niet buiten aanwezigheid van [eiser] heeft gedaan. Het bewijsaanbod van [eiser] zal dan ook als niet terzake dienend worden gepasseerd."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24, en de alinea staat in dat document op bytes 13426 tot 14484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24 | shasum -a 256