Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2310.

2.4 Het oordeel van het hof houdt in dat ook indien [eiser] zou bewijzen dat [verweerder] met [betrokkene 1] een onderonsje zou hebben gehad, de conclusie van [verweerder] over het ondervangen van de muur geen andere zou zijn geweest. Het oordeel van [verweerder] over het ondervangen was immers, aldus het hof, niet gebaseerd op het rapport [betrokkene 1], waarover partijen alsdan alsnog over en weer opmerkingen zouden kunnen maken, maar gegrond op de eigen deskundigheid van de arbiter en diens waarnemingen ter plaatse. Het oordeel van het hof dat onder deze omstandigheden het bewijsaanbod niet ter zake dienend is, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24, en de alinea staat in dat document op bytes 15249 tot 15935.