Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2310.

3.14 De subonderdelen 5 en 6 klagen dat het Hof in rechtsoverweging 4.2.3 ten onrechte in het midden heeft gelaten of een uitzondering op de uitputtende wettelijke regeling van rechtsmiddelen kan worden aangenomen, aangezien [verweerder] in verband met zijn reconventionele vordering belang bij dat oordeel had. Vervolgens voert subonderdeel 6 nog aan dat [eiser] na ommekomst van de termijn van art. 1064 Rv. nog meermalen vruchteloos het rechtsmiddel rekest-civiel heeft benut, zodat de ongegrondheid van zijn vordering jegens [verweerder] eens te meer vaststond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24, en de alinea staat in dat document op bytes 24719 tot 25297.