Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2310.

11 HR 8 oktober 1993, NJ 1994, 508 m.nt. HJS, waarin is beslist dat de rechter in kort geding verplicht is om op alle in overeenstemming met de regelen van procesrecht aangevoerde relevante stellingen van partijen acht te slaan, ook als deze reeds in een eerder kort geding tussen dezelfde partijen naar voren gebracht hadden kunnen worden, maar niet naar voren gebracht zijn. Misbruik van procesrecht zal zich kunnen voordoen wanneer de betreffende partij in het tweede kort geding stellingen aanvoert die, in weerwil van een redelijk belang van de tegenpartij dat ook daarop reeds destijds terstond zou worden beslist, in het eerste kort geding zonder redelijke grond zijn achtergehouden. Zie voorts HR 16 december 1994, NJ 1995, 213.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bca71afd0dde3fb1a8d0cd0caf97730af03702af6c43064053d8900edb5de24, en de alinea staat in dat document op bytes 28030 tot 28779.