Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2314.
Een voorbeeld daarvan is de zaak die heeft geleid tot het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 12 januari 1979, NJ 1979, 290. Daarin had het hof aangegeven dat een appellant in een geval waarin deze niet in staat is een akte van domiciliekeuze als bedoeld in art. 1:15 BW over te leggen, bewijs van deze domiciliekeuze kan leveren door het overleggen van een schriftelijke verklaring van deze procureur waarin hij de mogelijkheid tot de betekening aan zijn kantoor namens de geïntimeerde bevestigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4fd519d5fac864cecdd10f0337596d87375d528e1d2f1fc448c907a6099700d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4fd519d5fac864cecdd10f0337596d87375d528e1d2f1fc448c907a6099700d, en de alinea staat in dat document op bytes 21110 tot 21632.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4fd519d5fac864cecdd10f0337596d87375d528e1d2f1fc448c907a6099700d | shasum -a 256