Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2314.

3.14 De door de rolraadsheer gestelde eis dat een door de procespartij zelf ondertekende akte van domiciliekeuze moet worden overgelegd en zijn oordeel dat niet kan worden volstaan met een van de advocaat afkomstige schriftelijke verklaring omtrent de domiciliekeuze, miskennen het bovenstaande. Ik acht het stellen van nadere eisen aan de schriftelijke verklaring onnodig formalistisch. Daarnaast meen ik dat de rolraadsheer niet behoeft te waken voor een eventuele volmachtoverschrijding door de advocaat. Net als bij de procureur die voor een procespartij het geding voert, is de rechtsverhouding tussen de procespartij en haar advocaat/niet-procureur er in de regel een van lastgeving (tevens volmacht)(26) en ligt een onbevoegd verrichte rechtshandeling van een advocaat/niet-procureur als gevolg van volmachtoverschrijding m.i. binnen de risicosfeer van zijn cliënt/lastgever(27), zodat deze niet ten laste van de wederpartij moet worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4fd519d5fac864cecdd10f0337596d87375d528e1d2f1fc448c907a6099700d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4fd519d5fac864cecdd10f0337596d87375d528e1d2f1fc448c907a6099700d, en de alinea staat in dat document op bytes 22211 tot 23178.