Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2625.
2.3 In deze zaak is het tot 1 januari 2002 geldende burgerlijk procesrecht van toepassing. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 november 1990, NJ 1991, 800 beslist dat uit de samenhang van art. 59 aanhef en art. 60 eerste lid Rv. oud volgt dat het vonnis als zodanig door de uitspraak ter terechtzitting tot stand komt, terwijl de voorschriften omtrent het op het audiëntieblad brengen en de ondertekening betrekking hebben op de schriftelijke vastlegging van het door de mondelinge uitspraak tot stand gekomen vonnis. Dit brengt, aldus de Hoge Raad, mee dat het vonnis zoals het ter zitting is uitgesproken dan wel zoals het geacht moet worden ter zitting te zijn uitgesproken als het vonnis heeft te gelden en dat tegenbewijs ter zake van de inhoud van het vonnis niet is toegelaten, daargelaten gevallen waarin correctie van een kennelijke verschrijving op haar plaats is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa2bf8151c3a478740467d2eae65bb7d09fdac040f8d3b7ca36efe66f2c9695f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa2bf8151c3a478740467d2eae65bb7d09fdac040f8d3b7ca36efe66f2c9695f, en de alinea staat in dat document op bytes 21571 tot 22464.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa2bf8151c3a478740467d2eae65bb7d09fdac040f8d3b7ca36efe66f2c9695f | shasum -a 256