Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2772.

15. Het voorgaande brengt ons bij de vraag of de omstandigheid dat verdachte de getuige niet persoonlijk heeft kunnen ondervragen voldoende is gecompenseerd. In het onderhavige geval heeft verdachtes raadsman de gelegenheid gehad de getuige te ondervragen. Hij heeft daarbij meer dan het volle pond gekregen want de voorzitter heeft hem als eerste vragen aan de getuige laten stellen hoewel de wet daartoe in het onderhavige geval niet verplichtte (art. 292, vierde lid, Sv). De getuige was immers in het voorbereidend onderzoek al eerder gehoord. Voorts is verdachte nadat hij op de hoogte was gesteld van hetgeen de getuige had verklaard de gelegenheid gegeven de vragen op te geven die zijns inziens aan de getuige moesten worden gesteld. Aldus acht ik tegen de achtergrond van de hiervoor aangehaalde Europese rechtspraak het feit dat de verdachte de getuige niet persoonlijk heeft kunnen ondervragen voldoende gecompenseerd. Weliswaar was de getuige ten tijde van de terechtzitting van het Hof inmiddels 18 jaar oud, maar daar staat tegenover dat de verdediging geen strobreed in de weg is gelegd bij het ondervragen van de getuige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ea2ee4e94ddf124b8ada5263be44c061567b3c01a438e0aaa9ee3140dccfb20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ea2ee4e94ddf124b8ada5263be44c061567b3c01a438e0aaa9ee3140dccfb20, en de alinea staat in dat document op bytes 22884 tot 24035.