Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 186 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AN7253.
(iii) (in kort geding) de voorshandse aannemelijkheid, onderscheidenlijk (in bodemgeschil) de bewijslast en daarmee het bewijsrisico ter zake van de mate waarin de op zich zelf niet inbreukmakende handelingen/leveranties aanleiding geven tot inbreuk, nog steeds ervan uitgaande dat een (kleiner of groter, maar onbekend) gedeelte inbreuk zal gaan maken, maar evenzeer ervan uitgaande dat het complementaire deel van de afnemers dat dus niét al doen, terwijl beide partijen niet weten wélke eindafnemers al of niet inbreuk zullen maken;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c433eeb41e6ff5db6a5e936a8b01e6e24a725c39000700beeaa8796abe4f68a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c433eeb41e6ff5db6a5e936a8b01e6e24a725c39000700beeaa8796abe4f68a, en de alinea staat in dat document op bytes 70748 tot 71299.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c433eeb41e6ff5db6a5e936a8b01e6e24a725c39000700beeaa8796abe4f68a | shasum -a 256