Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 228 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AN7253.

5.41. In het voorafgaande is voorts gebleken dat de wetgevende organen oog hebben voor de problemen waartoe de (gewenste) ontwikkeling van de digitale techniek en het (gewenste) succes van internet aanleiding kunnen geven, en voor de delicate afwegingen die daarbij geboden kunnen zijn. Gebleken is dat de (Europese) wetgever in het kader van die afweging welwillend staat tegenover bescherming van rechthebbenden door technische maatregelen, in die zin dat verwijdering of omzeiling van technische beveiliging verboden wordt. Gebleken is echter ook dat de politieke (wetgevende) organen er niet voor voelen om de aanbieder van communicatiefaciliteiten waarmee derden inbreuk op auteursrecht kunnen maken, maar ook veel andere, legitieme handelingen kunnen verrichten, vanwege het auteursrechtrisico te belemmeren. Ik kan dat niet beter verwoorden dan door nogmaals het Agreed Statement bij art. 8 van het WIPO-Auteursrechtverdrag van 1996 weer te geven:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c433eeb41e6ff5db6a5e936a8b01e6e24a725c39000700beeaa8796abe4f68a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c433eeb41e6ff5db6a5e936a8b01e6e24a725c39000700beeaa8796abe4f68a, en de alinea staat in dat document op bytes 89158 tot 90126.