Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AN7282.

3.4 De in het middel vervatte stelling dat aan de klager bij de behandeling in raadkamer van een door hem ingediend klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv het recht moet worden gelaten om het laatst te spreken, vindt in zijn algemeenheid geen steun in het recht. Voor die stelling kan in het bijzonder geen steun worden gevonden in art. 311, vierde lid, Sv, dat betrekking heeft op het aan verdachte toekomende recht om voor de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting het laatst te spreken, noch in de artikelen 21 e.v. Sv, die betrekking hebben op de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer.(1) Voorts heeft de Hoge Raad onlangs in HR 17 december 2002, NJ 2003, 179 herhaald dat er in een beklagprocedure als bedoeld in art. 552a Sv geen sprake is van vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van art. 6 EVRM, zodat in een dergelijke procedure geen beroep kan worden gedaan op rechten voortvloeiend uit dit artikel.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbbcc07e22d2ef71204566f562214328e933a3a4754c32801c8d42d65387ffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbbcc07e22d2ef71204566f562214328e933a3a4754c32801c8d42d65387ffa, en de alinea staat in dat document op bytes 7974 tot 8950.