Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AN7818.

Deze klacht faalt, aangezien de gedachtegang van het hof n.m.m. geenszins onbegrijpelijk is te achten. Het Hof meent dat onder andere art. 8, lid 5 van Ordinantie 19 bezwaarlijk anders kan worden uitgelegd dan dat een beslissing van een kerkelijke geschilcommissie in beginsel, behoudens verdere voorziening, verbindend is voor kerkelijke organen. Deze uitleg van de Ordinantie vind ik gegeven de daar gebruikte bewoordingen niet onbegrijpelijk. Er wordt bovendien in art. 8, lid 5 gewag gemaakt van de mogelijkheid om tuchtrechtelijke maatregelen te treffen. Dat wijst ook op binding. Zoals hiervoor reeds uiteen werd gezet, is op een dergelijke beslissing art. 7:904 BW analoog van toepasbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be49b5fa1f5d62e0a985002ee50bb7bc17c0e1709f7429331f1cd7a0885e2fda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be49b5fa1f5d62e0a985002ee50bb7bc17c0e1709f7429331f1cd7a0885e2fda, en de alinea staat in dat document op bytes 25514 tot 26222.