Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 127 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AE4801.

In BNB 1988/309 had het Hof Amsterdam op grond van een aantal vaststaande feiten geconcludeerd dat de belanghebbende in die zaak was aan te merken als een instelling voor jeugd- en jongerenwerk als bedoeld in bijlage B, onderdeel b, onder 15. Deze beslissing is in cassatie niet aangevochten en vormde voor de Hoge Raad het vertrekpunt voor de beoordeling van het cassatiemiddel, dat was ingediend door de Staatssecretaris. De Hoge Raad nam derhalve als vaststaand aan dat de belanghebbende, nog geheel afgezien van de verzorging van de salarisadministraties, zich bezighield met jeugd- en jongerenwerk. Het is dan maar een kleine stap om het voeren van de salarisadministratie van personen die - in dienst van aangesloten instellingen - in datzelfde jeugd- en jongerenwerk werkzaam zijn, dienstbaar te achten aan de taak die de belanghebbende zich als instelling op het gebied van het jeugd- en jongerenwerk had gesteld(19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f7d4d2a35b9e562375ad1977900e6aea5023beb55437488c0d3ccaabfd30235. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f7d4d2a35b9e562375ad1977900e6aea5023beb55437488c0d3ccaabfd30235, en de alinea staat in dat document op bytes 40625 tot 41564.