Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF5556.
6.5 Verklaringen van anonieme getuigen worden in beginsel niet als doorslaggevend bewijs aanvaard in een strafprocedure waarop art. 6 EVRM van toepassing is omdat aldus - als de verdediging die getuigen niet goed aan de tand kan voelen - de eerlijkheid van het strafproces in gevaar komt.(27) In casu gaat het alleen om enkelvoudige belasting, niet om een strafzaak, en is art. 6 EVRM niet van toepassing. De beginselen van behoorlijk bestuur staan er mijns inziens echter even zeer aan in de weg dat de Inspecteur zich bij zijn aanslagoplegging klakkeloos zou richten naar een anonieme tipgever die door de belanghebbende niet als getuige opgeroepen en aan de tand gevoeld kan worden, en de beginselen van procesrecht verzetten zich er tegen dat het Hof een voor hem oncontroleerbare mededeling van een anonymus waarvan het bestaan niet eens vaststaat, tot basis van de bewijsconstructie zou maken. Dit betekent echter niet dat een anonieme getuigenverklaring geen enkele rol kan spelen. Volgens de belanghebbende zelf is de verklaring overigens kennelijk niet anoniem meer, al wordt de betrouwbaarheid van de verklaring volgens de belanghebbende kennelijk niet groter doordat zijns inziens bekend is wie de tipgever is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c514d60b10275d3c7dc7aaa550b2b215924df6e43c877b5d2f5176d947b38c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c514d60b10275d3c7dc7aaa550b2b215924df6e43c877b5d2f5176d947b38c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 58096 tot 59331.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c514d60b10275d3c7dc7aaa550b2b215924df6e43c877b5d2f5176d947b38c5e | shasum -a 256