Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF5556.
5.10 Volgens uw arrest HR 29 september 1993, BNB 1993/330, na conclusie van Soest, is de Inspecteur overigens niet gehouden aan te geven aan welke inkomensbron door hem gesteld verzwegen inkomen moet worden toegerekend, maar ik acht dat arrest op dit punt onjuist. Als de fiscus er zodanig van overtuigd is dat een door hem vermoed voordeel belast is dat hij daarvoor een aanslag oplegt, al dan niet met heffingsrente, al dan niet met boete, al dan niet met omkering van de bewijslast, en al dan niet onmiddellijk invorderbaar, dan kan redelijkerwijs van hem gevraagd worden een standpunt te hebben met betrekking tot de vraag of dat voordeel uit onderneming, dienstbetrekking, werkzaamheid, sparen en beleggen, of aanmerkelijk belang voortvloeit. Want anders is het niet belast, althans niet met inkomstenbelasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c514d60b10275d3c7dc7aaa550b2b215924df6e43c877b5d2f5176d947b38c5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c514d60b10275d3c7dc7aaa550b2b215924df6e43c877b5d2f5176d947b38c5e, en de alinea staat in dat document op bytes 49338 tot 50167.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c514d60b10275d3c7dc7aaa550b2b215924df6e43c877b5d2f5176d947b38c5e | shasum -a 256