Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF6988.
6. Op grond van art. 12, tweede lid van het Europees uitleveringsverdrag (EUV) dient ter staving van het verzoek om uitlevering onder meer te worden overlegd "(b) een overzicht van de feiten waarvoor uitleverring wordt verzocht". Daarbij dienen de tijd waarin en plaats waar de feiten begaan zijn "zo nauwkeurig mogelijk" te worden vermeld. Ook de Uitleveringswet kent een dergelijke eis. Art. 18 Uw, derde lid, bepaalt dat een uitleveringsverzoek onder meer vergezeld moet gaan van "een uiteenzetting van de feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd, met een zo nauwkeurig mogelijke vermelding van tijd en plaats waarop deze zijn begaan."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6, en de alinea staat in dat document op bytes 10944 tot 11597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6 | shasum -a 256