Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF6988.
12. De uiteenzetting van de feiten moet in ieder geval een tijd en plaats van de verweten handeling(en) inhouden.(1) Tijd en plaats mogen daarbij wel met een zekere vaagheid worden omschreven. De omschrijving "between 1980 and 1983 and later on" is voldoende duidelijk, indien de aard van het feit maar uitsluit dat het feit inmiddels verjaard is. Vgl. HR 22 juli 1986, NJ 1987, 300. Ook de aanduiding "in Nederland" kan een voldoende nauwkeurige plaatsaanduiding in de zin van art. 12 EUV zijn. Vgl. HR 14 juni 1977, NJ 1977, 522. Ook hierbij dient immers bedacht te worden dat een nauwkeuriger omschrijving van tijd en plaats van de feiten vaak niet mogelijk is indien het onderzoek naar die feiten nog gaande is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6, en de alinea staat in dat document op bytes 16565 tot 17294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6 | shasum -a 256