Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF6988.

13. Indien aan de opgeëiste persoon wordt verweten dat hij aan een bepaald strafbaar feit heeft deelgenomen, behoeft in de uiteenzetting van de feiten niet te worden opgegeven om welke deelnemingsfiguur het gaat of wat het aandeel van de opgeëiste persoon is geweest. Vgl. HR 17 december 1991, NJ 1992, 344.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6, en de alinea staat in dat document op bytes 17314 tot 17636.