Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF6988.

23. Gelet op de uiteenzetting van de feiten die de opgeëiste persoon worden verweten in het uitleveringsverzoek in samenhang met de aanvullende informatie die door de Turkse autoriteiten is overgelegd en in aanmerking genomen de beperkte toetsing door de uitleveringsrechter van de feitsomschrijving, is zonder nadere motivering onbegrijpelijk dat de rechtbank kennelijk heeft geoordeeld dat de stukken op dit punt ongenoegzaam zijn. De stukken bevatten een concreet en uitvoerig omschreven verwijt aan de opgeëiste persoon (leiding geven aan/deelneming aan een verboden terroristische organisatie, waarbij dat leiding geven en die deelneming bestaat uit het lid zijn van de presidentiële raad van die organisatie, het deelnemen aan, voorbereiden van en bevelen geven bij gewapende acties door die organisatie, het via de tv propaganda maken voor die organisatie en het militair trainen van vrouwelijke leden van een aan die organisatie gelieerde organisatie), inclusief tijd en plaats van de diverse (deelnemings)handelingen. Gelet op het uit de jurisprudentie naar voren komende minimum waaraan de uiteenzetting van de feiten moet voldoen, is het standpunt van de rechtbank dat in dit geval die uiteenzetting onvoldoende is - als gezegd - onbegrijpelijk. Zie voor een overzicht Swart, o.c., p. 393-397.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6, en de alinea staat in dat document op bytes 27506 tot 28826.