Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF6988.

27. Voorts heeft de rechtbank aan de Turkse autoriteiten informatie gevraagd over de persoonlijke deelname van de opgeëiste persoon aan de gewapende acties, alsmede over haar strafrechtelijke verantwoordelijkheid daarvoor. Hiermee heeft de rechtbank miskend dat art. 140 Sr geen persoonlijke deelname vereist aan het plegen van de misdrijven waarop het oogmerk van de organisatie is gericht. In de uitleveringszaak van 30 mei 1978, NJ 1979, 11 besliste de Hoge Raad ambtshalve dat:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e0875905d602810b30a71f6c01abd756c01f08229a7a1193ad35081c1a44c6, en de alinea staat in dat document op bytes 30905 tot 31401.