Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 211 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7508.

22.3. Ik kan ook dat oordeel van de Hoge Raad overigens onderschrijven. De lasten gemoeid met de afvoer van regen- of afvalwater van gemeentelijke bezittingen zijn immers rioollasten. Art. 229 Gemeentewet noch art. 229b van die wet dwingt ertoe om de lasten veroorzaakt door gemeentelijk gebruik buiten het verhaal van die lasten door middel van gebruiksretributies te laten. De bepaling van het aandeel van de gemeente in die lasten zou natuurlijk ook enigszins arbitrair zijn. Bovendien moet niet uit het oog worden verloren het hier in wezen slechts een verdelingsvraagstuk betreft. De vraag is immers of die rioollasten ook in zoverre mogen worden verhaald op de belastingplichtigen van het rioolrecht of dat die lasten uit de zogenoemde algemene middelen bestreden moeten worden - en dus indirect verhaald moeten worden op alle belastingbetalers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f352d4dea9a1847129a7d179ae165b711568857a67f4becfe25903cbea6c19fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f352d4dea9a1847129a7d179ae165b711568857a67f4becfe25903cbea6c19fd, en de alinea staat in dat document op bytes 108783 tot 109647.