Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7508.

3.4. Het komt mij voor dat de Hoge Raad de zaak kan afdoen. Met de onderhavige heffing van rioolafvoerrechten wordt - zoals uit de niet in geschil zijnde cijfers blijkt - beoogd om op weliswaar 1,2% van de gebruikers, die niettemin 39% van het afvalwater lozen, 40% van de rioleringskosten te verhalen. Bovendien dient bedacht te worden dat deze percentages het gevolg zijn van de opvattingen van de politieke besluitvormers over het profijt van de grote lozers bij de gemeentelijke riolering en de verdeling van de gemeentelijke lasten. Mede gelet op de aan de gemeente toekomende beleidsvrijheid, zijn die percentages van dien aard dat zij geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat te dezen geen sprake is van een onredelijke en willekeurige belastingheffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f352d4dea9a1847129a7d179ae165b711568857a67f4becfe25903cbea6c19fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f352d4dea9a1847129a7d179ae165b711568857a67f4becfe25903cbea6c19fd, en de alinea staat in dat document op bytes 13079 tot 13855.