Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7516.
Nog niet eerder zo expliciet verwoord is het oordeel dat de gemeente, als zij zowel de eigenaar als de gebruiker belast, een zekere vrijheid heeft in de toerekening van kosten aan de eigenaarsheffing en de gebruikersheffing (r.o. 5.4). De desbetreffende rechtsoverweging nog eens overlezend, kom ik tot de conclusie dat `een zekere vrijheid' in feite neerkomt op een nagenoeg volledige vrijheid. Daartoe voert de Hoge Raad aan dat het genot van de eigenaar en dat van de gebruiker moeilijk kwantitatief met elkaar te vergelijken zijn en de onmogelijkheid om de kosten van de riolering op zinnige wijze van de etiketten `eigenaarsheffing' en `gebruikersheffing' te voorzien. Beide argumenten zouden ook gebruikt kunnen worden om het niet-retributieve karakter van de heffing te illustreren, maar daar wil de Hoge Raad, zoals bekend, niet aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e, en de alinea staat in dat document op bytes 49693 tot 50547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e | shasum -a 256